Geen hoge bergen, zonder diepe dalen: een ervaring om nooit te vergeten

Geen (hoge) bergen zonder (diepe) dalen: een ervaring om nooit te vergeten

‘Hoe lang nog?’, klinkt het achter me. ‘Ik weet het niet’, antwoord ik. Het is even stil. ‘Gaan we eigenlijk nog wel goed?’, klinkt het een paar minuten later. Ook dat weet ik niet. Ik mompel dat er zo vast weer een bordje komt. Zelf begin ik inmiddels ook steeds meer te twijfelen. We klimmen al een paar uur onophoudelijk en behoorlijk steil over losliggende stenen zonder enig bevestiging dat we bij de juiste – of überhaupt een – berghut uitkomen. De zon is al bijna onder en we krijgen honger. Ik wil erin blijven geloven, maar de twijfel krijgt steeds meer de overhand en ineens komt het besef: Dit kan niet de bedoeling zijn. We lopen helemaal verkeerd! Hoe gaan we de kinderen vertellen dat we weer helemaal terug moeten en waarschijnlijk geen fatsoenlijke slaapplaats hebben voor vannacht?

Soms zit het tegen…

Een berghuttentocht met de kinderen. Dat leek ons fantastisch. Idyllisch zelfs. Samen sportief bezig zijn, genieten van de prachtige natuur en ‘s avonds moe maar voldaan eten en slapen in een knus berghutje. Zo zou het moeten gaan. Zo ging het gelukkig ook, maar helaas niet alleen maar… Want voordat we daar waren, liep het even helemaal anders. We verdwaalden de eerste dag gelijk hopeloos en kwamen volledig uitgeput net voor zonsondergang aan in een berghut waar geen bed meer over was. We aten wat er nog over was van de maaltijd van de andere gasten en sliepen op de vloer in de stube. Niks idyllisch aan dus…

…en soms ook gewoon mee

De volgende ochtend werden we al vroeg gewekt door de andere gasten die wilden ontbijten in de stube. Maar ja, wat nu? Want wandelen naar de berghut die we voor komende nacht hebben gereserveerd was echt te ver. Terug naar de auto dan maar? Was dit het dan? Gelukkig niet, want de berghut waar we eigenlijk hadden moeten slapen – die zelfs een zoekactie op touw hadden gezet omdat we maar niet aankwamen – belt dat we komende nacht alsnog welkom zijn! Echt enthousiast zijn de kinderen nog niet – in mijn hoofd denk ik al na over een EMDR-sessie voor hen – maar desondanks starten we toch met de wandeling. En die stelt gelukkig niet teleur. ‘Ik zeg het enigszins voorzichtig’, begint mijn zoon als we bovenop de bergtop over het dal uitkijken, ‘maar dit is echt prachtig en misschien toch wel de moeite waard…’. 

Geen (hoge) bergen zonder (diepe) dalen: een ervaring om nooit te vergeten

Misschien had het dal niet zo diep hoeven zijn om te kunnen genieten van het uitzicht. Vast en zeker! En als ik het over mocht doen, dan zou ik de route van tevoren heus net iets beter hebben bestudeerd. Maar iets in mij zegt ook dat juist deze eerste loodzware dag heeft bijgedragen. Niet alleen aan de waardering van het uitzicht, maar vooral ook aan het voldane gevoel waarmee we op dag 3 terugliepen naar de auto. Want we hadden het maar mooi wel gedaan. Met een een paar tranen van frustratie en irritatie weliswaar, maar ook zeker met een (glim)lach. Om onszelf: Hoe konden we zo dom zijn? Maar ook van trots. Omdat we niet opgaven. En zonder (al te veel?) gemopper deden wat nodig was. Ook al is het zwaar. Samen. In het vertrouwen dat het dan altijd wel weer goedkomt. Of in passende termen: dat (hoge) bergen en (diepe) dalen bij elkaar horen, niet zonder elkaar bestaan. En als je het mij vraagt, is dat een van de meest waardevolle ervaringen die je als mens kan hebben, een ervaring om nooit te vergeten. Misschien wel mooier dan de perfecte hike…

Volgend jaar weer? Die vraag stel ik de kinderen liever over een paar maanden pas weer, als de fysieke en mentale blaren helemaal genezen zijn, want eerlijk is eerlijk, is snap ook heus wel dat je als kind hier niet gelijk weer zomaar voor kiest…

Groet, Eiline

Vorig bericht
Je dromen volgen…ook al gaat het niet vanzelf