‘Ik word er moedeloos van’, verzuchtte ze tijdens een sessie. Ze was al weken bezig met het inwerken van een nieuwe collega. ‘Ik help haar overal bij, ik leg alles drie keer uit en ik spring direct in als ze een vraag heeft. Ik doe het met de beste bedoelingen, in de hoop dat ze het snel zelf kan. Maar het tegendeel gebeurt: ze komt voor elk wissewasje naar mijn bureau. Ik voel me overvraagd en zij lijkt maar niet zelfstandig te worden.’ Ik keek haar aan en vroeg: ‘Wie is er hier vooral aan het werk?’. Het bleef even stil. Toen kwam het besef. Door haar enorme drive om te helpen, hield ze de ander onbewust afhankelijk. Ze ontdekte dat ze het vertrouwen in de ander ondermijnde door elke hobbel alvast glad te strijken voordat de collega er zelf over had kunnen nadenken.
De paradox van helpen
Je ziet een collega worstelen en je natuurlijke reflex is: helpen. Je wilt de druk weghalen, de harmonie bewaren en zorgen dat het werk doorgaat. Maar juist daar zit de crux. Door het over of terug te nemen, ontnemen we de ander de kans juist om er zelf uit te komen. Het gevolg? De ander leunt achterover, stelt minder vragen aan zichzelf en meer aan jou. De leercurve vlakt af en de afhankelijkheid groeit. Je creëert een vicieuze cirkel waarin jij opbrandt en de ander stilstaat.
Ruimte maken voor ongemak
Iemand ‘groot maken’ vraagt dus dat je het ongemak van het niet weten en niet helpen durft toe te laten. Op je handen zitten dus. Zodat diegene zelf de koers bepaalt, zelf de fouten maakt en zelf ontdekt hoe en wat werkt. Echt leiderschap is niet het wegnemen van de last, maar de ander de tools geven om de last zelf te dragen. Dat begint bij het besef dat jouw behoefte om te helpen soms meer over jouw eigen ongeduld of onzekerheid zegt, dan over de kunde van de ander.
Laten waar het hoort en niet(s) doen
- Check je eigen intentie: Help je omdat de ander het nodig heeft, of help je omdat jij het lastig vindt om de ander te zien worstelen, je het te lang vindt duren en gaat dit vooral over jouw eigen behoeften?
- Vertraag je reactie/gebruik de stilte: Als een collega met een vraag komt, geef dan niet direct het antwoord, maar stel eerst een vraag waardoor de ander aan het werk blijft en wacht het antwoord echt af, ook als het niet gelijk komt.
- Erken en bemoedig: Benoem wat goed gaat en bemoedig de ander door je vertrouwen in hem of haar uit te spreken.
Minder – of zelfs niet(s) – doen dus. Omdat je daarmee de ander pas echt helpt om te ontdekken wat hij of zij zelf kan en wil.
Liefs, Eiline
PS: Degene waarover deze blog gaat, besloot een week lang geen antwoorden meer te geven, maar alleen vragen te stellen en regelmatig uit te spreken dat ze vertrouwen in haar had. Wat bleek? De nieuwe collega wist veel meer dan ze dachten, ze durfde het alleen nog niet alleen te doen.
Wil je weten hoe je dit zelf op jouw eigen, nuchtere manier toepast? In mijn boek ‘Ligt het aan mij, of hoe zit het?’ ontdek je – net als hoofdpersoon Hugo – hoe je er voor zorgt dat je samen nog veel meer bereikt dan alleen.




